Huisdier

Roderick het reuzenkind
wordt binnenkort al zeven.
Hij vraagt zijn ouders of ze hem
een huisdier willen geven.

Maar ja, die lieve Roderick
is wél vier meter drie.
Een schildpad of een cavia,
dát werkt bij hem dus niet.

Geen hamster, geen chinchilla,
salamander of konijn.
Het huisdier dat hij zoekt,
moet toch wel flink wat groter zijn.

‘Een olifant? Nou nee,
die eet de oren van mijn kop.
Een witte haai? Geen goed idee,
die vreet zijn baasje op.’

‘Een ijsbeer houdt een winterslaap,
dat lijkt me nogal saai.
En leeuwen zijn nu niet een diersoort
die ik rustig aai.’

‘Een walvis dan? Geweldig,
maar díe is dan weer te groot.
Ik weet het al! Ik wil het liefst
een nijlpaard voor op schoot.’